Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Startpagina Start Home Over ons Het ras Geschiedenis 2 Geschiedenis 3 Standaard Standaard 2 Standaard 3 Standaard 4 Standaard 5 Kenmerken & geaardheid Aanschaf, opvoeding en verzorging Teven Janoe Reuen Hasj Links Contact Foto's Jack 

Geschiedenis 3

U bent bezoeker...

Hoewel reeds in 1912 de "Klub für Grosse Schweizer Sennenhunde" werd opgericht, bleef een ware zegetocht voor dit ras tot op de dag van heden achterwege. Dat vindt niet alleen zijn oorzaak in het feit, dat de Grote Zwitserse Sennenhond een echt grote hond is, die niet iedereen kan houden maar deze hond is gewoon eerder zeldzaam in de wereld en liefhebbers moeten het er voor over hebben om maanden, zo niet een jaar en langer ingeschreven te staan op een wachtlijst alvorens een pup te kunnen kopen. Vele jaren na de eerste tentoonstelling van de Grote Zwitserse Sennenhond gebeurde er weinig. Er werden enkele honden in het stamboek ingeschreven, maar veel meer dan enkele tientallen was dit niet. Tot 1936 werden nog honden tentoongesteld, die niet in het stamboek waren opgenomen en die bij de gelegenheid van zo'n show alsnog werden ingeschreven. Waarschijnlijk zijn daar een aantal Berner Sennenhonden bij geweest, die om de een of andere reden toevallig kortharig waren. Lange tijd heeft men ook te kampen gehad met langharige Grote Zwitserse Sennenhondenpups. Toen in de loop van de vijftiger jaren de liefhebbers zich wat zorgen begonnen te maken over de wel zeer smalle fokbasis, maakte men plannen om de Grote Zwitserse Sennenhond te kruisen met een ander ras. Qua grootte zou de Sint-Bernard in aanmerking komen, qua vorm de Rottweiler en qua kleur de Berner Sennenhond. Men koos voor de Berner en in 1956 werd een kruising uitgevoerd. Aanvankelijk leek deze kruising geslaagd en de kleur van de hond werd nog mooier. Vooral de bruine aftekeningen werden intensiever. Enkele generaties later bleek echter, dat de aard van het karakter was verslechterd en vlug besloten de fokkers niet verder te gaan met deze ietwat nerveuze en angstige kruislingen. Van 1918 op 1919 kreeg het ras ook een grote schok te verwerken. Tal van honden zijn in die periode gedood wegens het uitbreken van een mond- en klauwzeerepidemie. Toch herleefde het ras opnieuw. In het begin van de twintiger jaren werden zo ongeveer 30 pups ingeschreven en dit aantal nam toe tot 70 in 1938. De oorlog bracht het ras geen schade toe. Integendeel het aantal pups steeg tot 80 à 90 en na de oorlog namen deze aantallen zelfs toe tot 144 pups in 1948. Daarna zakte het geboortecijfer drastisch tot 35 inschrijvingen in 1957. Na een nieuwe opleving in het begin van de zestiger jaren bleef het lange tijd modderen. Momenteel gaat het weer wat beter en wereldwijd gezien zijn er toch vele landen met behoorlijke aantallen. Gezien het voorkomen van heupdysplasie, het toch vaak ietwat slingerende gangwerk en allerlei andere kleine, matige of grote, grotendeels erfelijke afwijkingen is het duidelijk dat het fokken van kwalitatief goede Grote Zwitserse Sennenhonden een bijzonder moeilijke opgave is! Kwaliteit staat echter ver boven kwantiteit!!!

Kleine aantallen.

PAGINA



van 't Kroonsveld

Grote Zwitserse Sennenhonden

Lorem Ipsum

dolor sit amet

consetetur sadipscing

|

|

Deze site werd laatst gewijzigd op 28 december 2018

U bent bezoeker...



Geschiedenis

Fara

Arco